Op hen die pogen te ontvluchten of weerstand te bieden, zal worden geschoten

Omdat er in de voorafgaande dagen geruchten de ronde deden over een op handen zijnde razzia slaapt mijn vader, Hubert van Hove, bij zijn oma die een paar straten verder woont. Zij is weduwe en woont alleen. In die tijd heeft iedereen aan de binnenkant van zijn huisdeur een lijst hangen waarop precies vermeld staat wie er in dit huis woont, met de geboortedata. Mijn vader denkt dat als de Duitsers zien dat er op dit adres alleen maar een oude vrouw woont, ze misschien wel geen huiszoeking doen. Ze kunnen toch niet elk huis in Rotterdam doorzoeken?

Briefje dat de Duitse Wehrmacht tijdens de razzia op 11 november 1944 huis aan huis bezorgt in Rotterdam.

“Toen mijn oma mij het ‘BEVEL’ liet lezen was ik dan ook van plan niet aan de oproep gehoor te geven. Ik wilde wegkruipen in een of andere kast. Maar daar wilde mijn oma niets van weten. Ze was doodsbang voor eventuele represailles en wilde het liefst dat ik maar zo gauw mogelijk haar huis verliet. Toen ze begon te huilen heb ik dat maar gedaan. Ik heb gehoord zij daar later veel spijt van heeft gehad.”
Hubert van Hove – Reis naar het einde

Hubert van Hove is naar het huis van zijn ouders aan de Bergsingel gelopen. Daar is alles in rep en roer. Zijn vader raakt helemaal van streek zodra hij zijn zoon ziet.

Hubert van Hove wordt ’s morgens op 11 november 1944 voor de deur van zijn ouders aan de Bergsingel 198 opgepakt door de Duitse Wehrmacht. Hij is dan 22 jaar oud.

Per rijnaak en trein is mijn vader na een barre reis van twee weken terecht gekomen in Dingden, een dorpje in Duitsland, waar hij tewerk werd gesteld als ‘Schanzarbeiter’.