Al jaren constateert de onderwijsinspectie dat leerlingen matig gemotiveerd zijn om te leren op school. Veel leerlingen voelen zich niet uitgedaagd door hun leraar. In reguliere lessen ontbreekt het vaak aan uitdaging.
In de Staat van het Onderwijs 2026 stelt de inspectie opnieuw vast dat het leerklimaat op scholen onvoldoende stimulerend is en dat de kwaliteit van de lessen te wensen overlaat. Een grondige analyse naar de dieperliggende oorzaken ontbreekt echter. Het lijkt erop dat de inspectie om de hete brij heen draait.
De problematiek rond motivatie is al lange tijd bekend. Tien jaar geleden concludeerde de inspectie dat leerlingen weinig betrokken zijn bij de les. Oorzaken waren onder meer dat leraren te weinig aansluiten bij de interesses van leerlingen, weinig gebruik maken van aanvullend lesmateriaal en onvoldoende tempo in de les houden. Ook benutten docenten volgens de inspectie de mogelijkheden voor persoonlijke begeleiding onvoldoende (Staat van het Onderwijs, 2015).
In 2024 zag de inspectie een oplossing in betere leraren. Door professionalisering van leraren zou de onderwijskwaliteit verbeteren (Staat van de Inspectie, 2024).
In 2025 stelde de inspectie de vraag of versterkt toezicht mogelijk onbedoelde prikkels geeft. Daarbij bleef het echter buiten beschouwing wat de effecten zijn van dat verscherpte toezicht op de arbeidsomstandigheden van leraren zelf (Onbedoelde prikkels, 2025).
In de Staat van het Onderwijs 2026 kondigt de inspectie aan scholen en besturen intensiever te gaan controleren. Dit moet niet alleen leiden tot beoordeling, maar ook tot gerichte verbetering van de leskwaliteit. Het budget van de inspectie groeit naar meer dan 100 miljoen euro.

Tijd en autonomie
De inspectie lijkt daarmee de belangrijkste oorzaak van matige lessen te negeren. Onderzoek laat zien dat leraren te weinig tijd en ruimte hebben voor onderwijsontwikkeling en verdieping. Veel leraren ervaren onvoldoende professionele autonomie om hun onderwijs naar eigen inzicht vorm te gevern (ResearchNed, 2023).
Dit is geen nieuw inzicht. Al in 2008 concludeerde de Commissie Dijsselbloem dat tijd een fundamenteel probleem vormt. Leraren beschikken structureel over te weinig tijd en ruimte om de kwaliteit van hun lessen echt te verbeteren.

AI in de klas
In de Staat van het Onderwijs 2026 verwacht de inspectie ingrijpende veranderingen door de opkomst van generatieve AI. Hoewel leerlingen en studenten hier al veel gebruik van maken, geeft 80% tot 88% van de leraren aan over onvoldoende kennis te beschikken om AI effectief in te zetten.
De inspectie noemt Estland als voorbeeld op het gebied van AI. Daarbij blijft echter een cruciaal verschil onderbelicht. Volgens cijfers uit Education at a Glance geven leraren in Estland gemiddeld 574 uren per jaar les, tegenover 720 uur in Nederland. Dat betekent dat Estse leraren ongeveer 20% meer tijd hebben voor voorbereiding, individuele begeleiding en onderwijsontwikkeling. Het is dan ook niet verrassend dat Estland tot de best presterende onderwijssystemen ter wereld behoort (Urennorm omlaag).
De inspectie zet in op meer professionalisering en intensiever toezicht als oplossing voor de matige lessen. Daarmee wordt echter voorbijgegaan aan een kernprobleem. Als de inspectie werkelijk streeft naar meer uitdagende lessen en meer gemotiveerde leerlingen, dan moeten leraren hiervoor de noodzakelijke tijd en ruimte krijgen. Concreet betekent dit een verlaging van de lesuren naar een niveau vergelijkbaar met Estland: circa 574 uur per jaar.


